Voor onderwijsinstellingen
In het Europass Mobiliteit-document staan gegevens over de buitenlandse ervaring van een leerling, de ‘mobiliteitservaring’. Deze ervaring kan een stage of beroepspraktijkvorming (bpv) in een bedrijf zijn, een academisch semester als onderdeel van een uitwisselingsprogramma of een stage in een organisatie. In de Europass Mobiliteit worden onder andere de duur en plaats van de ervaring beschreven en de vaardigheden en competenties die een leerling heeft opgedaan in het buitenland.
De Europass Mobiliteit is bestemd voor iedereen die een leer- en werkervaring opdoet in een Europees land, onafhankelijk van leeftijd of opleidingsniveau.
De Europass mobiliteitservaring wordt bewaakt door twee partnerorganisaties, de eerste in het land van oorsprong en de tweede in het gastland. Beide partners stemmen in met het doel, de inhoud en de duur van de ervaring. De begeleiding van de mobiliteitskandidaat wordt aangewezen in het gastland. De partners kunnen bijvoorbeeld universiteiten, scholen, opleidingscentra en bedrijven zijn.
Hieronder kun je een voorbeeld van het Europass Mobiliteit document downloaden.
Als een leerling naar het buitenland gaat met een Leonardo da Vinci-uitwisseling, dan is gebruik van het Europass Mobiliteit-document verplicht.
Als de uitwisseling niet via Leonardo da Vinci loopt, dan kun je via de onderstaande link met een formulier Europass Mobiliteit voor leerlingen aanvragen.
De onderwijsinstelling (zendende organisatie) moet zelf de informatie die in de Europass Mobiliteit staat officieel vaststellen. De erkende onderwijsinstelling en zendende organisatie zijn verantwoordelijk voor de juistheid en kwaliteit van de informatie van Europass Mobiliteit. Het document is alleen geldig nadat de instelling de informatie heeft goedgekeurd.
Het Nationaal Europass Centrum garandeert dat alleen competente organisaties een Europass Mobiliteit uit kunnen reiken.
Voor meer informatie over de Europass Mobiliteit kun je contact opnemen met het Nationaal Europass Centrum.


